I.M.(L.) erelid René van Heusden

by Marja Brouwer

‘Alles goed, René?’ ‘Nou ja, alles, alles, dat is wel heel veelomvattend. Er kan nog behoorlijk wat verbeteren in de wereld.’ Bij weinig mensen moest je je woorden zo zorgvuldig kiezen als bij René van Heusden. Niet, omdat hij je als een politiek verslaggever woorden in de mond wilde leggen, maar omdat René iemand was van de details. Dat kon bij sommigen als streng, vermoeiend of belerend overkomen, het was René’s manier om het beste uit mensen te halen. Wat betreft gastronomie gold voor hem: restaurantje spelen kunnen er velen, daarin excelleren is maar voor weinigen weggelegd. Zelfs zeer gewaardeerde chefs en sommeliers kregen zo nu en dan een standje, zelden onterecht. Als je je echter kwetsbaar opstelde en om hulp vroeg was hij ook de eerste die geheel belangeloos die hulp aanbood. Zo hielp hij met wijnkaarten en -selectie en weerhield hij zich in het openbaar van culinair commentaar als de zaak in ontwikkeling was en hem om input had gevraagd.

De kwaliteit van René’s kritische beschouwing toonde zich niet alleen in de verbeterpunten aanstrepen, maar ook de positieve zaken belichten. De timing van een sommelier was voor hem van het grootste belang. Bijschenken diende te gebeuren als het glas nog net niet leeg was, een nieuwe fles als de eerste het einde begon te zien. Als je dat goed deed mocht iedereen het horen en lezen. Zijn uitbundige en Bourgondische karakter deed dan van zich spreken. Erkenning van een uitmuntend gerecht toonde zich in het theatraal leeglikken van het bord. Zelfspot was René niet vreemd, al werd het niet door iedereen als zodanig ervaren. De zelfbenoemde Master of Lunch trok zich echter weinig aan van algemene beschouwingen al kon hij zich wel opwinden over hen die ongeïnformeerd en ongefundeerd meningen toegedaan waren. Toonde je interesse in hem, toonde hij zich betrokken bij jou. Quid pro quo.

Dat René erg begaan was met de ontwikkeling van de gastronomie was niet alleen met een sterk cynisch gevoel voor humor te lezen in Perswijn’s ‘Wine Society’, hij committeerde zich tevens belangeloos aan tal van juryfuncties. Hij nam geen blad voor de pen en deelde in geuren en kleuren zijn culinaire schnabbelervaringen waarbij niemand gespaard bleef. Ook hier gold, deed je het niet goed (mediapartner van Perswijn of niet), dan moest je het ontgelden. Deed je het daarentegen uitstekend dan mocht je een twee of drie hartjes achter je naam lezen. Met eenzelfde bevlogenheid vervulde René de afgelopen jaren de functie van juryvoorzitter bij het Nederlands Kampioenschap voor Sommeliers, de Trophée Henriot. Dat ergens Champagne werd geschonken was voor René al voldoende aanleiding om acte de présence te geven, in het geval van het NK vervulde hij zijn rol met verve. Secuur onderbouwd motiveerde hij de winnaars, gaf terugkoppeling aan anderen en reflecteerde hij eens per twee jaar op de ontwikkeling van de Nederlandse gastronomie. Altijd scherpzinnig, zowel postitief als negatief besprekend. Voor zijn toewijding werd hij drie jaar geleden op het NK reeds benoemd tot erelid van het Nederlands Gilde van Sommeliers.

René’s bourgondische levensstijl deed van zich spreken in de copieuze maaltijden en zijn niet te lessen dorst zowel in wijn als in muziek (Wagner), literatuur en feitenkennis. Samen met Anneke Tot creëerde hij de Calvijn lunch voor het jaarlijks groeiende gezelschap van mensen die zich hadden bewezen als levensgenieters zonder mate. Typerend was het voor René dat de lunch vernoemd werd naar iemand die in het algemeen symbool staat voor matiging. Met de verwijzing naar de godsdienstige (iets waar René overigens niets van moest hebben, behalve dan de muziek en symboliek) had hij weer een moment om onjuist geïnformeerden de les te lezen. Zo nu en dan werd door verbeten collega’s het woord ‘free’ toegevoegd aan zijn eigen geuzentitel ML, maar wij sommeliers weten wel beter. Hoe graag hij zich ook liet fêteren, hij fêteerde bovenal zichzelf en liet ook anderen daarin delen. Bezoeken aan in zijn terminologie ‘als zeer gunstig bekend staande etablissementen’ werden regelmatig afgesloten door zelf de pinpas te trekken. Na een afsluitend glas Champagne uiteraard.

Graag zouden we hier afsluiten door te stellen dat we geen uitgesprokener Germanist kennen die tegelijkertijd zo’n levensgenieter is, maar we weten zeker dat René een lijst met minstens tien voor hem bekende namen zou geven die hem daarin zouden evenaren of excelleren. René, je bent er onvrijwillig uit gestapt net zo direct en daadkrachtig als je geleefd hebt. Concessieloos, maar wel veel te vroeg. We drinken en roken er nog een op je. En dan nog een en dan nog een. Dank voor alles. Dat is veelomvattend, maar het is dan ook veel dat je hebt gedaan. Proost.